De adem van de tijd
Jan Wagners artistieke inspiratie ligt in zijn passie voor geschiedenis in de ruimste zin van het woord.
Na zijn opleiding aan de Rotterdamse Academie van Beeldende Kunsten tekende hij interieurs, landschappen en stillevens, onder invloed van Jan Jongert die hem de schilderachtige mogelijkheden van pastelkrijt leerde uitbuiten.
Na zijn studie kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam ontwikkelde hij een aantal thema's die alle, ondanks uiterlijke verscheidenheid, uit dezelfde inspiratiebron voortkomen: 'de fascinatie voor processen van verval, voor dingen waar de adem van de tijd overheen is gegaan', zoals publicist Jan Donia het treffend verwoordde.

Vanuit deze fascinatie schiep Wagner een esthetische, schilderachtige werkelijkheid waarin de uitersten onverwoestbaarheid en vergankelijkheid een rol spelen: krabben en kreeften als tijdloze boodschappers uit een geheimzinnige wereld, vervallen dorpen en steden met hun vergane glorie, onverzettelijke ruïnes van kastelen, kerken en kerkhoven, aandoenlijk kwetsbare heiligen, Middeleeuwse keizerlijke grafkronen en andere attributen vanwege hun historische en geheimzinnige lading, naast doorleefde sloopschepen en met magie beladen Afrikaanse maskers.

Ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag toonde hij de serie pasteltekeningen Overgang, een verwijzing naar de vergankelijkheid van de mens. En in zijn tentoonstelling Requiem van 2012 nam hij afstand van romantiek en toegankelijke esthetiek. De kleur verdween vrijwel geheel uit het werk. Gebombardeerde steden getuigden van de materiële verwoesting door niets ontziend oorlogsgeweld.
Dit thema vond een logisch vervolg in tentoonstellingen over de Koninginnekerk, de monumentale Crooswijkse kerk die in 1972 werd vernield als gevolg van ongebreidelde Rotterdamse sloopzucht na de grote brand van 14 mei 1940.
In mei 1915 organiseerde Wagner een manifestatie rond de dodenherdenking, waarvoor hij een serie van achttien pasteltekeningen vervaardigde bij het verzetsgedicht De Achttien Dooden van Jan Campert.
Maar tegelijkertijd vluchtte hij in minder beladen onderwerpen: in de veelkleurigheid van berbersieraden, in de speelse vormgeving van oud hang- en sluitwerk, in de nostalgie van ambachtelijke gereedschappen en in de esthetische verschijningsvormen van Jugendstilglas.