De adem van de tijd
Jan Wagners artistieke inspiratie ligt in zijn passie voor geschiedenis in de ruimste betekenis.
Na zijn opleiding op de Rotterdamse Academie van Beeldende Kunsten tekende hij landschappen,
interieurs en stillevens onder invloed van Jan Jongert die hem de schilderachtige mogelijkheden
van pastelkrijt leerde uitbuiten.
Na zijn studie kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam ontwikkelde hij een aantal thema’s
die alle, ondanks uiterlijke verscheidenheid, uit dezelfde inspiratiebron voortkomen:
”de fascinatie voor processen van verval, voor dingen waar de adem van de tijd overheen is gegaan”,
zoals de journalist Jan Donia het treffend verwoordde.

Vanuit deze fascinatie schiep Wagner een esthetische, schilderachtige werkelijkheid waarin de uitersten
onverwoestbaarheid en vergankelijkheid een rol spelen: krabben en kreeften als tijdloze boodschappers uit
een geheimzinnige wereld, vervallen dorpen en steden met hun vergane glorie, onverzettelijke ruďneuze
kastelen, kerken en kerkhoven, aandoenlijk kwetsbare heiligen, keizerlijke grafkronen en andere
middeleeuwse attributen vanwege hun historische en mysterieuze geladenheid, doorleefde sloopschepen,
nostalgische ambachtelijke apparaten, met magie beladen Afrikaanse maskers.

Met zijn tentoonstelling Requiem nam Jan Wagner afstand van romantiek en toegankelijke esthetiek.
De kleur verdween vrijwel uit het werk. Gebombardeerde steden getuigen van de materiële
verwoesting door niets ontziend oorlogsgeweld.
Maar tegelijkertijd vluchtte hij in minder beladen onderwerpen als de kleurige veelzijdigheid
van berbersieraden of de speelse vormen van ambachtelijk hang- en sluitwerk.